Even voorstellen

Buitenlands vermogen

Inkeerregeling

Spaarrenterichtlijn

Inkeerprocedure

Reacties

Interviews

Nieuws

FOBA

Contact

Spaarrenterichtlijn

Europese Spaarrenterichtlijn

Op 1 juli 2005 is de Europese Spaarrenterichtlijn in werking is getreden. Deze richtlijn heeft als doel ervoor te zorgen dat de belastingheffing over rente op spaartegoeden in de EU-lidstaten effectief kan plaatsvinden. Iedereen die rente ontvangt uit een andere EU-lidstaat (of een aantal andere landen en gebieden) dan de
lidstaat waar hij woont, wordt belast volgens het nationale recht van het land waar hij woont.
De voorgeschreven maatregelen hebben vooral betrekking op het uitwisselen van rentegegevens.

De financiële instellingen in een aantal landen wisselen gedurende een overgangsperiode nog geen informatie uit, maar houden in plaats daarvan een bronheffing in over de uitbetaalde rente. Deze bronheffing kunt u
verrekenen met uw belasting in Nederland.

Als u niet wilt dat zo'n financiële instelling een bronheffing inhoudt, kunt u, afhankelijk van de regeling in het desbetreffende land, toestemming geven voor informatie-uitwisseling of informatie-uitwisseling voorkomen
door zelf informatie door te geven.

Als gevolg hiervan krijgt de Nederlandse Belastingdienst van de belastingdienst van EU-landen vanaf 1 januari 2006 automatisch opgaven van de rente die inwoners van Nederland ontvangen op spaartegoeden bij financiële instellingen binnen de EU.

 

Rentegegevens doorgeven

Financiële instellingen binnen de EU, de gebieden die daarvan afhankelijk van of geassocieerd mee zijn en een aantal derde landen, zijn sinds 1 juli 2005 verplicht om de maatregelen van de Europese Spaarrenterichtlijn uit
te voeren. Dat betekent bijvoorbeeld dat deze instellingen gegevens van Nederlandse klanten over vanaf 1 juli 2005 betaalde rente moeten verstrekken aan de overheid in hun land, die vervolgens die informatie doorgeeft aan de Nederlandse Belastingdienst.

De financiële instellingen geven, naast de persoons- en adresgegevens en het bijbehorend rekeningnummer,
onder andere de volgende gegevens door:

-rentebetalingen die u op uw bank-, spaar- of effectenrekening heeft ontvangen;

-ontvangen dividenden van beleggingsinstellingen die voor meer dan 15% van hun vermogen geďnvesteerd hebben in schuldvorderingen;

-ontvangen verkoopopbrengsten van aandelen in beleggingsinstellingen die voor meer dan 15% van hun vermogen geďnvesteerd hebben in schuldvorderingen.

 

Wat betekent dat voor u?

Indien u een buitenlandse spaarrekening in een EU-land heeft, zal dat EU-land ingaande 2006 voortaan,
uiterlijk zes maanden na afloop van het kalenderjaar, aan de Nederlandse Belastingdienst automatisch opgave
doen van rentebijschrijvingen op uw buitenlandse spaarrekening.

Als u bijvoorbeeld een spaarrekening heeft bij een bank in Duitsland, dan zal die bank informatie geven aan de Duitse Belastingdienst over de rentebetaling die u ontvangt. Vervolgens verstrekt de Duitse Belastingdienst
deze informatie aan de Nederlandse Belastingdienst.

De Belastingdienst heeft inmiddels van de Duitse fiscus van vele duizenden Nederlanders informatie ontvangen omtrent bankrekeningen in Duitsland. Vele Nederlanders hebben van de Belastingdienst een schrijven ontvangen waarin gegevens en inlichtingen wordt gevraagd over hun Duitse bankrekening. Deze Nederlanders kunnen geen beroep meer doen op toepassing van de inkeerregeling.

 

Doen alle EU-lidstaten mee?

Niet alle EU-lidstaten wisselen informatie uit. Voor Oostenrijk en Luxemburg geldt vanwege hun bankgeheim een speciale overgangsperiode van 9 jaar.

 

Bronheffing

Gedurende de overgangsperiode wisselen Oostenrijk en Luxemburg nog geen informatie uit, maar
houden in plaats daarvan een bronheffing in over de uitbetaalde rente. Deze bronheffing kunt u als
voorheffing verrekenen met uw belasting in Nederland. De bronheffing bedraagt in de eerste drie jaar 15%, van 1 juli 2008 tot 1 juli 2011 20% en van 1 juli 2011 tot 1 juli 2014 35%. Een deel van die opbrengst (75%) wordt vervolgens door deze landen afgedragen aan het land waar de rekeninghouder woonachtig is.

 

Hoe zit het met de belastingparadijzen?

Om te voorkomen dat Nederlanders hun buitenlandse tegoeden verhuizen naar belastingparadijzen buiten de
EU (bijvoorbeeld Zwitserland, de Kanaaleilanden, Monaco, San Marino, Andorra en de Nederlandse Antillen) is door de EU ook uitgebreid met die landen overlegd. Uitkomst daarvan is dat de financiële instellingen van die belastingparadijzen weliswaar geen informatie over de rekeninghouder gaan verstrekken, maar voortaan wel
een bronheffing op rente gaan inhouden, net zoals dat geldt voor de EU-landen Oostenrijk en Luxemburg.

 

Het bankgeheim in Luxemburg, Zwitserland en Oostenrijk

Bij het afsluiten van de dubbelbelastingverdragen met andere landen gingen deze landen niet akkoord met het inlassen van een bepaling voor gegevensuitwisseling tussen belastingautoriteiten volgens het OESO-modelverdrag. Dit betekent dat gegevens over rekeninghouders bij de banken in deze landen uitsluitend via de gerechtelijke instanties in het kader van strafzaken konden worden opgevraagd.

Medio 2010 hebben deze landen hun standpunt herzien en aangekondigd dat het in de toekomst de bepaling voor gegevensuitwisseling tussen belastingautoriteiten op verzoek zal inlassen in de dubbelbelastingverdragen met andere landen.

Het is belangrijk op te merken dat dit niet betekent dat deze landen automatisch gegevens zullen verschaffen aan de belastingautoriteiten van het vestigingsland van rekeninghouders. Dit betekent evenmin dat belastingautoriteiten zonder meer om willekeurige gewenste gegevens kunnen verzoeken. Gegevens zullen uitsluitend verschaft worden via de belastingautoriteiten van deze landen aan de belastingautoriteiten van het vestigingsland van een specifieke cliënt in welbepaalde gevallen, als de verzoekende belastingadministratie, na de instelling van een procedure in het verzoekende land, een duidelijk bewijs voor een verdenking van belastingfraude en een verband met een bank in deze landen kan aantonen.

 

Geen bronheffing

U kunt voorkomen dat een financiële instelling in het buitenland een bronheffing inhoudt. Er zijn drie situaties mogelijk:

-Als u niet wilt dat een financiële instelling in Luxemburg, Zwitserland of de Nederlandse Antillen een bronheffing inhoudt, kunt u daartoe een verzoek indienen bij die financiële instelling. Deze geeft dan informatie over uw renteontvangsten door aan de Belastingdienst.

-Als u niet wilt dat een financiële instelling in Luxemburg, België of Oostenrijk een bronheffing inhoudt, maar dat er informatie uitgewisseld wordt, kunt u daartoe een verzoek indienen bij die financiële instelling. Deze geeft dan informatie over uw renteontvangsten door aan de Belastingdienst. Om aan uw verzoek te kunnen voldoen, heeft de financiële instelling een verklaring van de Belastingdienst nodig die uw identiteit aantoont, waaruit blijkt dat u in Nederland woont en waaruit blijkt dat u in Nederland de benodigde informatie heeft doorgegeven. Deze verklaring kunt u aanvragen bij de Belastingdienst met het formulier 'Aanvraag Verklaring ter voorkoming bronheffing - Voorkoming informatie-uitwisseling'. De verklaring die u vervolgens van de Belastingdienst ontvangt, is in het Engels opgesteld omdat die bestemd is voor de financiële instelling in het buitenland. Deze verklaring heet dan ook 'Certificate of Non-Deduction of Withholding Tax'. Aan de financiële instelling in het buitenland stuurt u een brief waarin uvraagt om geen bronheffing in te houden en geen informatie door te geven aan de Nederlandse Belastingdienst.

-U wilt niet dat een financiële instelling in een van de volgende landen een bronheffing inhoudt: Andorra,
Britse Maagdeneilanden, Guernsey, Jersey, Liechtenstein, het eiland Man, Monaco, San Marino,            Turkse en Caicos-eilanden.  Van deze landen is nog niet bekend welk alternatief voor het inhouden van een bronheffing mogelijk is. Als u gebruikmaakt van een financiële instelling in een van deze landen en u het inhouden van bronheffing wilt voorkomen, zult u dit bij uw financiële instelling moeten navragen. Afhankelijk van de mogelijkheid in een bepaald land geeft u toestemming voor informatie-uitwisseling of voorkomt u informatie-uitwisseling.

 

Controle Belastingdienst

Sinds 1 januari 2001 is de door een particulier ontvangen rente in Nederland niet meer belast, maar de Belastingdienst zal, na ontvangst van gegevens uit het buitenland, uiteraard controleren of u die buitenlandse bankrekening wel in uw box 3-vermogen heeft aangegeven. Is dat niet het geval en was u daartoe wel verplicht, dan kan navordering plaatsvinden, compleet met heffingsrente én boete. Let op. De navorderingstermijn voor buitenlands inkomen/vermogen bedraagt twaalf jaar.

Een hoge buitenlandse rente duidt verder op een hoog buitenlands spaartegoed. En dat kan aanleiding zijn om
bij u na te vragen hoe u aan dat hoge spaartegoed bent gekomen. Uit reguliere besparingen, een
(niet opgegeven) erfenis of schenking, of eventueel verzwegen inkomsten? Het antwoord op die vraag kan dan ook weer reden zijn tot navordering van belasting.

 

Fiscus krijgt zicht op zwartspaarders

De Belastingdienst heeft sinds juni 2006 van de buitenlandse belastingdiensten binnen de Europese Unie duizenden gegevens ontvangen van Nederlanders die in het buitenland in 2005 rente hebben ontvangen op hun spaarrekeningen.

Dit is het gevolg van de invoering van de Europese spaarrenterichtlijn die een einde moet maken aan het zwartsparen in de Europese Unie. De belangrijkste maatregel is dat de belastingdiensten van de lidstaten elkaar gaan informeren over rentebetalingen. Voor landen met een bankgeheim geld een overgangsfase.

Sparen in het buitenland was altijd een aantrekkelijke manier om vermogen aan het oog van de fiscus te onttrekken. De kans op ontdekking was klein, en wie echt op safe wilde spelen, bracht zijn geld naar een land dat het bankgeheim hoog in het vaandel had staan. De Europese lidstaten vonden het echter niet langer toelaatbaar dat mensen met een buitenlandse bankrekening zich konden onttrekken aan de belastingheffing in het woonland. Daarom werd de Europese spaarrenterichtlijn ingevoerd. Een eerste stap naar meer grip op buitenlandse spaartegoeden.

De richtlijn moet ervoor zorgen dat in EU-lidstaten gedane rentebetalingen aan natuurlijke personen worden belast in de lidstaat waar de rekeninghouder zijn fiscale woonplaats heeft. Een Nederlander met een (spaar)rekening bij de Deutsche bank in Frankfurt moet hierover belasting betalen in Nederland, een Spanjaard met een rekening bij de ABN AMRO bank in Amsterdam in Spanje. Maar dan moeten de nationale belastingdiensten hiervan wel op de hoogte zijn. Dit wordt mogelijk gemaakt door automatische gegevensuitwisseling tussen lidstaten over rentebetalingen. Dit houdt in dat de Belastingdienst van de lidstaat waar de uitbetalende bank is gevestigd jaarlijks de rentegegevens doorgeeft aan de Belastingdienst van het land van de rekeninghouder. Overigens hoeft niet elke lidstaat deze gegevens te verstrekken. De richtlijn is — hoe kan het anders - een compromis. Landen met een bankgeheim - België, Luxemburg en Oostenrijk - hoeven tijdens een overgangsperiode geen gegevens uit te wisselen, mits zij op de inkomsten een bronbelasting toepassen. Deze heffing bedraagt gedurende de eerst drie jaar van de overgangsperiode 15 %, daarna drie jaar 20%, waarna het tarief 35 % zal bedragen. De lidstaten die bronbelasting heffen, mogen 25% van de opbrengst houden, 75% moet worden overgedragen aan het land waar de rekeninghouder woont. Het kan voorkomen dat de rekeninghouder helemaal niet zit te wachten op deze bronheffing, omdat hij in Nederland belast wil worden. In zo’n geval kan hij een verklaring indienen, waarin hij het andere land toestemming geeft om alsnog gegevens naar de Belastingdienst te sturen. Een andere mogelijkheid is zelf gegevens te verstrekken aan de Belastingdienst over de zwarte bankrekening. Vervolgens wordt dan door de Nederlandse fiscus een verklaring afgegeven die de buitenlandse bank machtigt om én geen gegevens te verstrekken én geen bronheffing in te houden.

Welke gegevens heeft de Nederlandse fiscus nu ontvangen? Dit betreft, naast alle gegevens van de rekeninghouder, alleen het rentesaldo over het 2e halfjaar 2005.

En hoe gaat de fiscus deze duizenden gegevens behandelen? Dat zal nog een hele tour worden. Het rentesaldo is alleen een indicatie dat men beschikt over een bankrekening in het buitenland. De fiscus gaat in de aangifte inkomstenbelasting 2005 van de ontvanger van de rente controleren of de buitenlandse bankrekening is aangegeven. Is dat niet het geval dan zal de fiscus de gegevens van de bankrekening over de afgelopen 12 jaar opvragen bij de belastingplichtige. De fiscus kan namelijk de te weinig betaalde belasting navorderen over de laatste 12 jaar. Hier komt dan nog bij de heffingsrente en niet te vergeten een boete van 50 tot 300%!. Wanneer elke vorm van medewerking wordt geweigerd dan zal de fiscus geschatte navorderingsaanslagen opleggen met 300% boete. Met belastingplichtigen, die wel meewerken aan het heffingsonderzoek, zal door de fiscus een vaststellingsovereenkomst (inclusief boete en heffingsrente) worden gesloten.

Hoe wordt door de fiscus het rentebedrag beoordeeld?

Stel het rentebedrag van Duitse bankrekening van de heer Jansen bedraagt € 3.112. Dit betreft dus de rente over het 2e halfjaar 2005. Het bedrag van € 3.112 wordt dus vermenigvuldigd met 2, per saldo € 6.224,-. Uitgaande van een rentepercentage van 4% wordt het saldo van de Duitse bankrekening van de heer Jansen gesteld op € 6.224 x 25 = € 155.600.

De inspecteur start een heffingsonderzoek. De heer Jansen werkt hieraan mee en overlegt de bankafschriften van de Duitse rekening. Uit het onderzoek blijkt dat hij in 1996 zijn onderneming heeft verkocht en daarbij een winst van f 200.000 buiten het zicht van de fiscus heeft gehouden door het geld op de rekening in Duitsland te storten. Uiteindelijk wordt voor de periode 1996 tot en met 2005 een vaststellingsovereenkomst gesloten van   € 56.000 (inclusief 50% boete en heffingsrente).

Om te voorkomen dat een boete wordt opgelegd bestaat nog de mogelijkheid om gebruik te maken van de inkeerregeling. Er wordt geen boete opgelegd als men vrijwillig en tijdig  aangifte doet van de buitenlandse bankrekening. Tijdig houdt in dat de inspecteur nog geen vragen heeft gesteld over de buitenlandse bankrekening. Omdat de fiscus de gegevens op dit moment binnenkrijgt en druk bezig is deze gegevens te verwerken is het verstandig om zo snel mogelijk een beroep te doen op de inkeerregeling.

 

Opbrengsten bronheffing spaartegoeden

Het Ministerie van Financiën heeft op grond van de Europese Spaarrenterichtlijn over de jaren 2005 en 2006 de volgende bedragen uit het buitenland ontvangen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advies: Maak gebruik van de inkeerregeling

Indien u gebruik maakt van de inkeerregeling en uw onjuiste belastingaangiften vrijwillig verbetert, vóórdat de Belastingdienst uw bankgegevens uit het buitenland heeft verwerkt, voorkomt u problemen met de Belastingdienst. Indien u dat wenst kan ik u hierover vertrouwelijk en deskundig adviseren en de benodigde formulieren voor u invullen en opsturen.

Tekstvak:  Financieel OnderzoeksBureau Apeldoorn

Even voorstellen

Buitenlands vermogen

Inkeerregeling

Spaarrenterichtlijn

Inkeerprocedure

Reacties

Interviews

Nieuws

FOBA

Contact

Land/gebied

2005

2006

Andorra

€ 6.672

€ 32.930

België

€ 2.418.218

€ 6.000.860

British Virgin Islands

€ 0

€ 10

Guernsey

€ 51.414

€ 187.960

Jersey

€ 154.720

€ 35.021

Isle of Man

€ 0

€ 222.047

Liechtenstein

€ 20.139

€ 74.460

Luxemburg

€ 2.581.976

€ 7.769.876

Monaco

€ 13.340

€ 63.652

Oostenrijk

€ 156.518

€ 575.522

San Marino

€ 18

€ 44

Zwitserland

€ 1.441.120

€ 7.649.009

Totaal

€ 6.844.135

€ 22.611.391